NL | FR | UK
 

Les Hayons <terug naar Homepage>

La ferme des Fées

Het Ardeense dorpje Les Hayons is gelegen in het gebied waar in het verleden heksen en feeën leefden. 
In deze oase van groen, omringd door uitgestrekte bossen waar op het einde van de 19e eeuw nog de Ardense wolf leefde, ligt “La Ferme des Fées”. Hier wonen feeën, bosnimfen en elfen waarvan men zegt dat ze geboren worden in de nevelen van de Semois. 

ferme_des_fees_1

fermes_des_fees Alle aspekten van het Ardense leven zijn er voorgesteld door figuurtjes op schaal ¼, gekleed volgens de mode van de 19de eeuw en met de nodige attibuten voor het uitvoeren van hun werk, zoals houthakken, fruit plukken,...
La Ferme des Fées stelt tentoon en verkoopt: figuurtjes op 1/4e schaal, feeën, bosnimfen, elfen, heksen, heksenkatten, sjaals, sierspelden, schilderijen, behekste trollen,...

La Ferme des Fées
1, Mont de Zatrou
6830 LES HAYONS (Bouillon)
Tel 061/46.89.17
Alle dagen van 10u – 12u30 en 13u30 – 18u (gesloten op dinsdag/woensdag)

Saut des sorcières - Roche Tcha-tcha (de Heksensprong)

saut_de_sorciere_bord De rots ligt tegenover de ronde top van een bergkam (de Hultai) aan de andere kant van de Semois. Deze plek is vaak gehuld in nevels. De mistbanken botsen hier namelijk al eens tegen de scherp oprijzende kammen van de Semois en de beek "Ruisseau des Aleines".

De wildheid van deze in nevels gehulde plek was taboe voor de lokale bevolking van Auby en Les Hayons, dit was geen plaats waar mensen kwamen, de bergkam behoorde aan de feeën die er over het gras dansten. Geen levende ziel die hier kwam. In het dorp leefde een herder, Cola Tcha Tcha die zijn kudde vee elke dag verder zag wegkwijnen door gebrek aan graasland.

Hij zag zich op een dag genoodzaakt om de Hultairots op te klimmen met zijn kudde, op zoek naar vers voedsel.
Tijdens de nacht die volgde op deze heiligschennis hadden de feeën een feest gepland ter ere van hun voornaamste godin, Arduina, godin van het woud. De feeën waren vroeger op dan gewoonlijk, om zich voor te bereiden op dat feest en zich te toiletteren aan een klaterende bron. Ze hulden zich in golvende gewaden van de fijnste stoffen en tooiden zich met parels, edelstenen, zeldzame bloemen en zeemzoet parfum. Sommige feeën droegen enkel een doorschijnend gaas van witte, roze of paarse kleur, bedekt met gouden draden en blinkende sterren.
Middernacht.
Op een teken komen alle feeën tegelijk te voorschijn van alle kanten en nemen op de Hultai hun gebruikelijke plaatsen in. Verschrikking wordt hun deel en kreten van verontwaardiging komen plots uit hun monden: Het gras is vertrappeld en overal verwelkte bloemen. Ramp o ramp als één van de feeën ook nog in een koeienvla trapt…
Ze schreeuwen hun ontzetting uit en moeten het feest afblazen.
De feeën trekken zicht terug op de top van een andere rots om te overleggen hoe ze deze heiligschennis van hun domein zullen wreken. De volgende dag staat Colas Tcha-Tha er weer met zijn veekudde en ook de dag daarna. De onteerde feeën proberen alles om de onverschrokken herder van hun rots te krijgen: Demonen, spoken en monsters worden ingeschakeld. Niks helpt echter, Colas Tcha Tcha wijkt geen meter.

ls een dreigend monster voor hem komt staan haalt Colas kalm zijn doedelzak voor de pinnen en vraagt het monster ongestoord welk dansje hij moet spelen. Op den duur moeten de feeën proberen hun laatste troefkaart uit te spelen. Een bloedmooie fee wordt op de herder afgestuurd. Ze probeert hem strelend te verleiden met de belofte van hem een rijk man met roem te maken op voorwaarde dat hij zijn vee niet meer de berg opdrijft. Colas Tcha-Tcha speelt echter de potdove, biedt haar zijn dampende pijp aan en sluit zijn ogen. Op den duur moeten de feeën het onderspit delven en zit er niks anders op voor hen om te verhuizen naar een naburige berg, de Roche Blanche (Witte Rots), gelegen tussen Membre en Bohan. Diep vernederd laten de feeën onderweg op elke bergtop een boodschap achter voor het nageslacht: Met de punt van hun toverstafje traceren ze formules die zich als witte aders hechten op de donkere rotsen van harde schiefer.
les_hayons_roche_tcha_tcha

En hoe verging het Colas Tcha-Tcha verder? Hij triomfeerde in het dorp voor zijn overwinning op de feeën en werd een geëerd en gerenomeerd man. Als eerbetoon werd Colas Tcha-Tcha na zijn dood begraven midden op het plateau van Hultai en een naburige rots (Saut des Sorcières) werd ook Roche Tcha-Tcha gedoopt.

De legende van Colas Tcha-Tcha kent vele varianten met soms een heel verschillend verloop, in de volgende versie verging het de herder veel minder fortuinlijk. Colas Chacha was een brave herder uit Auby die iedere morgen de geiten en schapen van het dorp meenam naar afgelegen graasplekken. De wat vreemde Colas droeg altijd een rozenkrans. Toen hij daarover een opmerking kreeg van een vrouw verklaarde hij dat hij de bemiddelaar van de duivel te zijn.
Hij leidde sabbatdansen en leerde heksen hoe zij achteruit van de beruchte rots moesten springen.

Op een dag brak een onbekende veeziekte uit die een hele stal dieren had gedood. Een vrouw die rond dezelfde tijd werd vastgehouden op verdenking van hekserij verklaarde na marteling dat de epidemie de schuld was van Colas zwarte magie. Colas Chacha werd opgepakt en afgevoerd naar Bouillon. De herder eindigde midden op de brug van Bouillon. Hij werd er levend op een stapel van doornige takken gegooid en in brand gestoken. De sukkelaar.

Als je van de Saut des Sorcières of Colas Tcha Tcha’s rots verder wandelt over lokaal pad nr 45 dan kom je iets later aan een mooi uitzichtpunt over de Semois (Mont Zatrou) met zicht op de Hultai. Hier ook kom je op de asfaltweg kort bij Les Hayons. Via de asfaltweg kan je weer naar beneden wandelen om AE verder te vervolgen. Dit zijpad heen en terug duurt niet meer dan 30 min.

Mont de Zatrou

zatrou

Buiten het dorp Les Hayons wordt het landschap ruimer.

De Semois stroomt aan de linkerzijde langs het bos van Libehan, waar vroeger de feeën van Hutaï verbleven, en aan de rechterkant langs het bos van de fee Namousette en de "Rivage de Marion".

Roche Percée (de doorboorde rots)

les_hayons_roche_percee

Dit historische gebied wordt reeds vermeld in een middeleeuws verdrag dat de grenzen tussen de bisdommen van Reims, Trier en Luik vastlegde.
Het was ook de grens tussen de Hertogdommen van Bouillon en Luxemburg, stroomafwaarts van de monding van de Alleines-beek.

Waarom de Roche Percée ('de doorboorde rots') die naam kreeg merk je als je door de smalle doorgang loopt. Deze rots was vele eeuwen lang een passage voor reizigers onderweg door zuidelijk Luxemburg. De passage werd in de jaren dertig op kosten van de gemeenten Dohan en Bouillon en van Touring Club verbetert en toegankelijker gemaakt.

 
©2007 - Auby.be - Design by reinenkoo.be