NL | FR | UK
 

Grot van Remacle <terug naar Homepage>

Vanuit het dorp Auby kan je een mooie boswandeling maken van 2km naar de grot van Remacle. Het kan wel wat heuvelig worden, dus trek je wandelschoenen maar aan. Hou ook de kinderen bij de hand als je bijna aan de grot bent. Dit belooft een spannende wandeling!

grot_remacle1           grot_remacle2           grot_remacle3

Een honderd jaar geleden was er koninklijk bezoek
“Ici le Roi Albert dès l’age le plus tendre amené par sa mère la Comtesse de Flandre honorait saint Remacle qui fit tant de miracles et convertit l’Ardenne, qu’on s’en souvienne”
wat wil zeggen: “Hier eerde Koning Albert op jeugdige leeftijd, meegenomen door zijn moeder de Gravin van Vlaanderen, Sint Remacle die zoveel wonderen deed en de Ardennen bekeerde, opdat men het zich herinnere”.
De grot werd gerestaureerd in 1936 door de artist-metselaar Dumay, en door Dr Lifrange en Albert Pierret.

Hoe geraak je er?
Vanuit Bertrix komend en afdalend naar het centrum van het dorp neem je de eerste weg naar links, La Cheneau, en na een paar honderd meter is er een smal pad, “chemin du facteur” of ook wel “sentier du Pez” genoemd. Men komt door weiland en daalt af in het dal van de “fontaine du loup”.

Mos en de varens tooien de grot op rustieke maar bevallige wijze. De ingang van de kapel lijkt op een driehoek die naar links leunt.

De Grot van St. Remacle is een door de mens gemaakte uitholling in een leisteen massief dat steil afdaalt tot de Semois.
De grot krijgt licht door drie ongelijke openingen in de vorm van gotische bogen, een vorm die het best geschikt is voor deze broze leisteen. Achterin zijn kapel zit de heilige kluizenaar als een vriendelijke gastheer vredig zijn bezoekers op te wachten. St. Remacle is gemaakt van kalksteen en de artiest: André Bartiaux heeft hem gerestaureerd.

Het feest van de grot van Sint Remacle is eind augustus.

Hotel St-Remacle
Vroeger was er ook een hotel in de buurt. Dit prachtige huis kan je nog altijd bewonderen, dichtbij de historische wasplaats van Auby.

grot_remacle_hotel

grot_remacle_hotel1

Een legende:

Sint-Remacle

In die tijd, rond het jaar 650, nam de goede St. Remacle, die zich al jarenlang had ingespannen voor het evangeliseren en civiliseren van het land van Tongeren, de beslissing zijn functie van Bisschop van Maastricht neer te leggen om zich langzamerhand voor te bereiden op een rustige levensavond.

Daar hij dacht dat men zich uitkijkend op een mooi landschap dichter bij God zou voelen, verkoos hij zich diep in onze Belgische Ardennen terug te trekken, in een hoekje van de wilde, maar charmante vallei van de Semois.

Ongeveer tegenover het arme dorp Cugnon had hij een hol ontdekt, uitgegraven in de rots die uitsteekt als een richel boven de rivier. “Dit is wat ik nodig heb.” dacht hij en maakte van deze grot een klein huis.
Het inrichten was niet moeilijk. Rechts van de ingang een mooi stuk leisteen op een paar stukken eiken stam met schors, en een rustiek kruis er op. ”Dit is voldoende voor mijn devotie.”

Wat verderop, naar links, een bed van varens en brem, geurend naar bos en heide. “Dit is voldoende om te rusten.”

Iedere morgen stond hij op met het ochtendgloren en de mis was al gelezen voordat de mist was opgetrokken rondom de rivier.

Een wandeling tot aan de velden aan de oever, wat hout hakken in het bos (in zoverre zijn stijve spieren dat toelieten), een bezoek brengen aan de mensen in de omgeving, wat lezen in een psalmboek of zijn evangelieboek, soms een loflied zingen met luide stem zodat de echo uit de vallei hem antwoordde,... De dagen gingen door zijn inschikkelijk humeur vlug voorbij.

Ik vergat u te zeggen dat hij niet alleen was, hij had een metgezel die in een kleine grot naast de zijne woonde.  Het was een kleine Ardeense ezel, goed afgericht, bijna even oud als hij, en wiens diensten hem bijzonder waardevol waren.

Iedere dag ging het ezeltje dat vertrouwd was met alle bomen in het land, helemaal alleen door het bos tot de eerste huizen van Auby om er de bescheiden proviand te halen die hen beiden in leven moest houden, zijn baas en hij.  Zo was het probleem van de leefkost opgelost.
De mensen van Auby kenden de ezel van St. Remacle. De jongens en meisjes aaiden hem graag en verwenden hem met een wortel of een koolblad.

Maar destijds was Satan, net zoals nu, jaloers op de de goede dienaren Gods…
En wat deed de gemene Duivel? Hij veranderde zich in een wolf!

Op een dag, toen de ezel beladen met proviand, terugging naar de grot, sprong plotseling de wolf hem naar de keel en wurgde hem zonder medelijden. Hij maakte al aanstalten om aan zijn prooi te beginnen.
Maar op dat moment kwam de goede St. Remacle die daar juist, zijn rozekrans biddend, wandelde uit het dichte gebladerte te voorschijn. In één oogopslag herkende hij zijn vijand. “Ah! Verrader en aarts-schurk, respecteer je op die manier de onschuldige schepsels van de goede God! “
Dit zeggend wierp hij hem behendig zijn grote rozenkrans om de hals, zoals hij met een lasso gedaan zou hebben.
Nu moet u weten dat één kraal van deze rozenkrans gemaakt was van het hout van het echte kruis. U raadt wel de verbazing en de razernij van de Duivel, zó omstrengeld, en hij begon te schreeuwen als een varken dat levend gevild wordt.
Maar zonder zich om het schreeuwen te bekommeren, maakte de heilige de manden los die aan de flanken hingen van zijn levenloze ezel. Hij bepakte de wolf ermee en liet hem voor zich uit lopen met flinke klappen met een tak gesneden van de dichtstbijzijnde hazelaar.

“Aangezien je me op gemene wijze van mijn dienaar beroofd hebt is het niet meer dan juist dat jij hem vervangt. Vooruit, hup! Gemeen gespuis!… Men noemde je vroeger Lucifer of drager van het licht. Nu ben je gedaald tot de rang van marskramer… Loop door! En vlugger of anders zwaait er mijn stok!”

Het gebeurde zoals St. Remacle had gezegd en iedere dag ging de wolf, beteuterd, met hangende oren en de staart tussen de poten maar met zijn halsketting en zijn manden, op weg om het brood, de kaas en de vruchten te halen.
U kunt wel bedenken dat de mensen wat verbaasd waren dit vreselijke beest, wiens schuinse blik doffe opstandigheid uitdrukte in en rond het bos tegen te komen. Maar ze wenden eraan en de aanwezigheid van de heilige stelde hen gerust.
Deze ontzag de vervanger van zijn ezel niet. Hij stelde hem niet alleen tewerk voor eigen gebruik.

Maar vaak bepakte hij hem, tot hij bijna doorzakte, met kleding en levensmiddelen die hij bij de rijken bijeen gebedeld had, en dan leidde hij hem, met opgeheven stok, naar de zieken, de weduwen en de arme wezen.
Terwijl ze voortgingen zei hij hem: “Vooruit Messire Satanas, nog een paar jaar op deze manier liefdewerk doen en de goede God zal u op een dag in genade ontvangen.”

Omdat de geest van het kwaad in gevangenschap was, genoten ondertusseen alle bevrijde zielen naar hartelust, verlost van alle verleidingen. De leugenaars verbaasden iedereen die hen kende door hun waarheidsliefde, de luiaards door hun ijverig werken, de ontuchtigen door hun onthouding, de dieven door hun rechtschapenheid. De bekende gierigaards ontzagen zich niet in goedgevigheid. De kletstantes met de scherpste tong spraken niet meer over hun naasten dan met vriendelijkheid, de lofwaardige bedoelingen van al hun daden ontdekkend. De kantonrechter had zijn rechtszittingen opgeheven, de veldwachter, verbaasd dat hij nooit meer over stropers hoorde praten, had zijn oude beroep van klompenmaker weer opgenomen. Geen kwestie meer van sleutels op huisdeuren, noch op kasten…
Kortom, iedereen zou zonder twijfel een heilige geworden zijn, als...

Als er geen ongeluk was gebeurd dat een einde maakte aan deze gouden tijd…
Men kan niet overal aan denken. En de goede St. Remacle had niet voorzien dat de draad van hennep die de kralen van zijn rozenkrans bijéén hield, nog altijd rond de hals van het slechte beest, uiteindelijk zou verslijten en breken…
En dat gebeurde op een goede dag, of liever, een goede nacht.
paternoster
grot_saint_remacle_postzegel

U zal wel geloven dat het pseudo-roofdier, dat van zijn halsband verlost was, er niet om vroeg om zo te blijven.
Toen hij wakker werd vond St. Remacle de kennel leeg. De hellewolf was er vandoor gegaan, als souvenir een afgrijselijke stank van zwavel nalatend die de heilige man snel verjoeg door in de nis een vuurtje van heide en muntkruid te maken…

Moeten we er nog aan toevoegen dat, zolang St. Remacle leefde, de gemene duivel zich nooit meer in de buurt van de grot liet zien? Daarentegen verzekerde men dat hij, om de verloren tijd in te halen,  zich haastte overal elders zijn wandaden te vermeerderen en met verdubbelde ijver de goede mensen, die hij een tijdje in vrede had gelaten, te kwellen.

Wanneer u de grot bezoekt zult u zien dat er dichtbij een nis is, tamelijk diep en bekleed met een vreemd gelig mos.
Dààr hadden, ieder op hun beurt, het arme ezeltje en de boze wolf hun schuilplaats.

 
©2007 - Auby.be - Design by reinenkoo.be